Posts filed under 'Columns'
Bad (hair) day
Ken je dat, zo’n dag waarbij álles fout gaat? Zo’n dag waarbij de eerste minuten wanneer je wakker bent al niet je van het zijn. Zo’n dag waarbij je gelijk helemaal uit je goede ritme geslagen bent. Zo’n dag had ik vandaag. In tegenstelling tot gisteren, want toen voelde ik mij op en top goed. Ik had nooit moeten zeggen dat ik mij zo goed voelde, want je wordt gelijk gestraft.
’s Ochtends ging de wekker. Met een keel zo slijmerig als een snotneus van een klein kind en een hoofd zo zwaar als een meloen, kwam ik mijn nest uit gerold. Sloom, ietwat duizelig en met veel moeite hield ik de boel in evenwicht en klom ik uit bed.
Door die slijmerige keel, kon ik weinig weg krijgen. Bovendien had ik wat haast, dus ik besloot om wat yoghurt te nemen en maar een paar extra broodjes te smeren en die op school op te eten als ontbijt (iets wat ik normaal nooit doe).
Op school aangekomen was ik van plan om mijn spulletjes klaar te zetten. Ik was van plan om veel te gaan trainen want in januari ben ik van plan om examens te doen in het knippen en het föhnen. Mijn sloof deed ik om en ik zocht mijn blouse. Maar waar was die in vredesnaam!? Juist ja… ik kwam tot de ontdekking dat ik mijn blouse nog thuis had liggen. En wat zijn de regels? Geen blouse of sloof? Jammer dan, maar pak je spullen maar en vertrek. Het wordt niet getolereerd als je je spullen niet voor elkaar hebt en er worden ook geen uitzonderingen gemaakt.
Aangezien ik dicht bij school woon (een kwartiertje met de bus), besloot ik om hem maar te gaan halen. Ik wou tenslotte goed trainen en dat kan je het beste doen op school, aangezien daar docenten rond lopen die je goed kunnen helpen. Gelukkig wou mijn vader mij weer naar school brengen, aangezien hij toch die kant op moest (toeval!).
Terug op school voelde ik mijn hoofd inmiddels al zwaarder worden. Eerst had ik het idee dat er één meloen een middagdutje op mijn hoofd deed en nu had ik het idee alsof er al twee uitgebreid op mijn hoofd lagen te pitten. Inmiddels kreeg ik het ook kouder en werd ik dus wat rillerig.
Rond een uurtje of vijf kwam ik thuis. Het avondeten stond al klaar. Gammel begon ik aan mijn gehaktbal en daarna at ik wat sla. ’s Avonds had ik ballet en zoals ik mij na het eten voelde, zou ik niet naar ballet kunnen gaan. Ik besloot om een paracetamol te nemen en maar even te gaan slapen tot een uur of kwart over zes, zodat ik de bus kon pakken van kwart voor zeven. Maar toen de wekker ging, voelde ik mij nog beroerder dan voorheen, dus besloot ik om nog even te blijven liggen. Na een aantal minuten wou ik eigenlijk toch wel naar ballet. Optimistisch trok ik mijn dans kleding aan en liep ik opgewekt naar beneden. Het was al kwart voor zeven geweest dus die bus had ik gemist. Ik vroeg aan mijn vader of hij mij naar ballet wou brengen. Hij keek mij aan en vond het niet verstandig, waar ik hem gelijk in moet geven. Ik zou intensief moeten gaan dansen en als ik terug zou komen zou ik een vaatdoek zijn en zou ik me de volgende ochtend helemaal beroerd voelen, dus liep ik lamlenderig weer naar boven. Trok ik mijn kleding uit en ging ik weer naar bed. Maar dit keer wel met een dikke pyjama, dikke sokken en een kruik, want ik moet zo snel mogelijk van die ziektekiemen verlost worden, want ik heb geen tijd in ziekdoenelarij!
2 comments september 3, 2008
De man met de hamer
Music: Snow Patrol – Hands Open (even mijn niveau laten stijgen met wat goede muziekjes)
Zondag 17 mei ging ik met Fleur en haar moeder de Marikenloop in Nijmegen hardlopen. Dat is een hardloopwedstrijd voor dames (holy shit, zoveel vrouwen bij elkaar had ik nog nooit gezien!). Alléén maar dames. Grote, kleine, dikke, kale, grijze, dunne en weet ik veel wat nog meer voor vrouwtjes.
Je kunt daar met de 5 en de 10 km mee doen. Samen met Fleur en haar moeder deden wij de 5km. Als je het hardlopen een beetje in je hebt en je bent een beginner, dan is het wel een nette tijd als je de 5km in 30 minuten loopt, werd er gezegd.
En ja, dat zei mijn pa ook al. “Zorg dat je hem binnen de 30 minuten doet, want dan ben je goed bezig en begin níet te snel! Begin rustig!” Dat werd er meerdere malen hard in mijn oor geroepen. Voor de wedstrijd begon Patricia – de moeder van Fleur – er ook nog over: “Begin niet te hard hè, want je wordt als het ware opgezogen door de menigte en je gaat dus snel te hard. Vorig jaar kwam ik behoorlijk misselijk over de finish heen omdat ik dus te hard ging.”
Ja, ja, ja. Ik zal rustig beginnen. Met veel vrouwen liepen wij richting het begin. Zodra je over ‘de’ streep heen bent, begint de teller te lopen. Iedereen heeft een chip in haar schoen zitten, zodat je uiteindelijk de juiste tijd krijgt te horen.
Ik begon hartstikke lekker en liep veel vrouwen voorbij. Ik ergerde mij al vrij snel aan vrouwen die vrijwel meteen stopten om op adem te komen. Train dan beter of doe gewoon niet mee, dacht ik. De 3km had ik in ongeveer 15 minuutjes gelopen, wat hartstikke netjes is want dan zou ik 1 km in 5 minuten lopen, waardoor ik dan de 5 km in 25 minuten zou lopen. Maar nee hoor, de man met de hamer kwam achter mij aan. God straft meteen met die rare gedachtes die voorheen in mijn hoofd zweefden. Na die 3km kreeg ik steken in mijn zij. Die ik uiteraard – dôh – negeerde, wat mijn lichaam niet zo heel erg waardeerde.
Die steken werden erger en erger. Het bleef niet bij één steekje, nee, alles deed inmiddels zeer. Van mijn borsten tot aan mijn heupen. Mijn lichaam wou per se dat ik het liet hangen hoe graag ik ook rechtop wou staan, het ging gewoon niet meer. Dames na dames haalde mij in. Ik voelde mij nogal stom, omdat ik mij daarvoor ergerde aan de vrouwen die al stopte, nu stopte ik nota bene zelf! Niemand die dat wist, maar ik vond het zelf nogal een gênant moment. ^^
Ik kwam als een dweil over de finish heen (oke, nu overdrijf ik wel een klein beetje hoor, maar erg fit was ik niet meer) en ik hoopte zo dat het binnen de 30 minuten was. En gelukkig, een tijd van 29.53 had ik gemaakt. Maar wat doe ik de volgende keer beter? LANGZAAM beginnen! Iedereen zei het tegen mij, maar eigenwijs als ik was, begon ik te hard.
Na de Marikenloop ging ik die zondag ook weer naar huis. In de trein van Nijmegen naar Zwolle zat de coupé tjokvol met hardloopdametjes. Van echte sportieve figuren tot aan tokkie personen. Allerlei vrouwen deden er aan mee.
Eén tokkie madame werd gebeld.
Tokkie madame: “Bonjour, wat leuk dat je belt! Hè, wat?! Oh, nee. Ja, hoor! Ja, het viel me niks tegen. Het ging ontzettend goed. Ja, klopt ja, ik deed de 5km. Wat? Nee, niet te zwaar hoor. Wel de laatste kilometertjes hoor, tja, dat is toch altijd zo. De laatste lootjes hè, je kent het wel. Ja. Nee, nee. Och, het geeft wel voldoening moet ik zeggen. Ja, klopt ja.”
Een mevrouw die tegenover mij zat en mij een blik toewerpte alsof ze de tokkie mevrouw wel kon wurgen (als blikken konden doden) zei er op een geven moment wat van.
Mevrouw A: “Mevrouw? MEVROUW! Kunt u IETS minder luid praten? Ik hoor u nog door mijn muziek heen schetteren.”
Naast mij werd er een hele hoop gegrinnikt (ook Marikelopers) en ik kon mijn gelach ook niet meer voor mij houden.
Tokkie madame: “Nou nee!”
Tokkie madame: “Wacht even hoor, er zit hier een mevrouw te zeuren over dat ik te hard praat in deze coupé.”
Mevrouw A ergerde zich nog meer dan voorheen, het is dat er nog net geen stoom uit haar oren kwam.
Tokkie madame: “Wie denkt u eigenlijk dat u bent? Ik ben even aan het bellen. Ik zit nooit in de trein en ik mag best even rustig bellen hoe mijn loop ging! Er staat hier toch niet op de ramen dat wij stil moeten zijn of wel soms?”
Mevrouw A: “Ja, RUSTIG ja! Ik hoor u verdorie door mijn koptelefoon heen schetteren, als een big die geslacht wordt! Nooit van normen en waarden gehoord?”
Tokkie madame: “Pardon!? Nou moet u eens even goed luisteren. Ik ga niet zachter praten omdat er een gepikeerde juf zo nodig muziek wil luisteren. Kom op zeg!”
Tokkie madame: “Ja, daar ben ik weer hoor. Ja, sjonge jonge. Wat een gezeur zeg. Zit hier iemand te klagen over dat ik te veel praat, nou, ik plak er zo nog 10 minuutjes bij aan hoor! Sjonge, jonge. Al dat gezeur. Er staat toch nergens op de ramen dat we niet mogen praten? Nou, ik trek mij er he-le-maal niks van aan…
Mevrouw A: “Vooraaaaal niet doen, nee.”
Tokkie madame: …Nee, inderdaad. Precies. Ja, zo is het maar net! Ja, klopt, rond ZES uur…
Het gezicht van mevrouw A werd van minuut tot minuut roder.
Tokkie madame: …rond zes uur ben ik in Zwolle ja. Nou, dan zie ik je dan. Ja, hartstikke leuk. Tot dan hè! Ja, is goed. Hooooooi!”
Het gegrinnik was naast mij al niet meer te stoppen. Ik kwam met ze in gesprek over hoe de loop ging en over hoe vaak ze al hebben mee gedaan. Grappig hoe je met wild vreemden aan het praten bent alsof je ze al tijden kent. En grappig hoe je mensen aan elkaar ziet ergeren en hoe ze lopen te schetteren tegen elkaar. Treinreizen vind ik sowieso al fijn, lekker dagdromen en muziek luisteren en als er dan ook nog een klein beetje sensatie plaats vindt is het helemaal leuk natuurlijk.
6 comments mei 25, 2008
De feestdagen
Begin november liggen de pepernoten, chocoladeletters, speculaasbrokken en ander overig snoepgoed weer in de winkels. De Sinterklaas is weer dagelijks op tv-reclames te zien en de kinderen worden gek gemaakt met foldertjes waar de goede oude Sint op afgebeeld staat.
Steeds weer eerder beginnen ze met Sinterklaas. Je moet nog een surprise hebben en nog een gedicht. Met de familie doen jullie aan lootjes trekken en wie het langste gedicht heeft wint. Het is meer een traditie dan dat het ook maar ergens op slaat. Maar toch, je hebt nog geen twee regels op papier staan. En daarbij komt nog… die surprise, hoe pak je dat in vredesnaam aan? Je bent al niet zo creatief ingesteld dus dat wordt drie keer niks. Je gaat eerst maar eens naar de winkel om een cadeau te kopen van je €20,00 voor je broer, want tja, helaas… jij hebt hem getrokken. Hij zei nog zo: “Als je mij kiest heb je geluk, want ik ben met alles tevreden!” Ja, dat zal allemaal wel, maar je wilt toch wel een beetje een origineel cadeau. Geen autoblad of iets van de playboy. Nee, het moet origineel en leuk zijn. Stel je misschien iets te veel eisen aan jezelf? Een leuke surprise, een leuk en vooral lekker lang gedicht mèt inhoud en daarnaast natuurlijk nog een leuk cadeau? Welnee… Het moet te doen zijn, echt! Beroerd loop je winkels in en met dezelfde gang loop je er weer uit. Je bent al niet zo fit, nu moet je ook nog een cadeau zoeken. En nee hè… Wie hebben we daar? “Eej zusje! Luktie ‘n beetje?!” Oh nee, laat het niet waar zijn, het is je broer. “Kank je helpe misschien?” Met een smoesje wimpel je hem weer van je af en gaat je zoektocht naar een passend cadeau weer verder. Na lang zoeken heb je iets gevonden. Een CD van U2 afgeprijsd naar €15.00 – komt je mooi uit, want daar kan je zelf ook nog eens gebruik van maken – dan moet je er dus nog iets bij kopen. Maar wat? Je hebt geen idee. Je ziet een grote Sinterklaaspop staan van chocola. Lekker! Maar op zich niet zo heel erg handig voor je surprise. Je zoekt verder. Het is ook zo druk in de stad! Moeders met tassen vol en dan ook nog een reut kinderen achter hen aan die hevig aan een chocoladeletter zitten te knagen. Mensen die je aanstoten. Je wordt helemaal panisch van de drukte en je struikelt bijna over één of ander verlengsnoer. “Wat doet dat verlengsnoer hier nou?!” Mopper je tegen jezelf. Iemand hoorde wat je zei en reageerde er vrolijk op: “Das voor de kerstverlichting meissie!” Versuft denk je bij jezelf dat het nog 5 december moet worden. Wat moeten ze in hemelsnaam nu al met verlengsnoeren voor de kerst?! Je reageert er verder niet op en met een verbluft gezicht sjouw je door.
Je belandt in een boekhandel en koopt toch maar een autoblad en de playboy wat je moeder ook wel erg leuk zal vinden *ahum*. Je hebt nu bijna voor €20,00 uitgegeven. Je verwent jezelf met een hamburger en een grote milkshake die je bij de McDonald’s haalt en die je er na een uurtje bij de HEMA weer uitkotst. “Gatver, volgens mij was er iets mis met die milkshake.” Zeg je tegen jezelf. Je pakt de bus en gaat naar huis. Je hebt in ieder geval de cadeautjes! Nu nog een surprise en een passend gedicht. Thuis aangekomen begin je met de surprise en zet je de radio aan. Weer zo’n kerstliedje! Om gek van te worden! Het Sinterklaasfeest is nog niet eens begonnen en je wordt plat gegooid met kersliedjes. “All I want for Christmas… is yoouu!” En tot grote ergernis van jezelf zing je ook nog eens mee. Gefrustreerd zeg je de radio op een andere zender.
Om maar te zwijgen over de kerstdagen. Drukte! “Och, de kerstdagen zijn zo geweldig, de gezelligste dagen!” Blablabla… maar ondertussen. Stress! Drukte! Help! Er moet nog zoveel gebeuren! Je moet nog naar de kapper, je wilt graag een mooie bruine tint. Je belt naar je favoriete kapperszaak. Je wilt een afspraak maken maar alles is al vol. Tot het nieuwe jaar kan je er niet meer tussen, het is ook zo ontzettend druk. Hmm.. dan maar naar een andere kapsalon. Gelukkig! Daar is nog een plekje vrij. Hoewel ze het hier ook erg druk hebben. Logisch natuurlijk, iedereen wil mooi geknipt – en eventueel gekleurd – zijn voordat de kerstdagen beginnen. Een vriendelijke kapster knipt en verft je haar precies zoals je het wilt. Niet te kort, wat uitgedund en een mooie bruine tint. Tevreden ga je weer naar huis. Je wilt nog op tijd kerstkaartjes versturen dus je moet tempo maken! Vijfentwintig kaartjes voor vrienden en familie. Nadat je ze allemaal geschreven hebt – met een ontzettend originele groet: Fijne kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar – fiets je naar de dichtstbijzijnde brievenbus en propt ze er één voor één in. Zo, dat heb je ook maar weer mooi gedaan. Nog een paar weken en het is 1e kerstdag. Vijfentwintig december. Je gaat uit eten met je familie. Opa, oma, je twee zussen en je broer, je ouders en de aanhang. Gezelligheid. En op zesentwintig december eet je gezellig bij vrienden. En daarna volgt er een leuke en gezellige ontspan week. Of nou ja, ontspan week…? Mensen zijn al druk bezig met de voorbereiding van oudejaarsavond. Met moeders maak je oliebollen. En je bent al driftig bezig met goede voornemens. Wat een onzin eigenlijk, goede voornemens speciaal voor het nieuwe jaar. Net alsof je het hele jaar lekker mag doen wat je zelf wilt en geen rekening hoeft te houden met andere mensen en dan op oud en nieuw moet je in eens allemaal goede voornemens hebben. Ach, je vindt het wel grappig en verzint wat standaard dingen. Dezelfde dingen die je vijf jaar gelden ook al had verzonnen en waar je je de eerste week na het grote feest netjes aan houdt, maar wat daarna weer heerlijk verwaterd. Dingen zoals: minder snoepen, minder zeuren, beter bezig zijn met school, etcetera, etcetera. Je kent het wel. Het hele huis stinkt inmiddels naar de oliebollen. Vrolijk zet je alle ramen in huis open om het in huis een beetje te laten doortochten. Die je daarna maar weer snel dicht doet, omdat het toch wel erg koud wordt zo.
Je bedenkt even hoe het afgelopen jaar was. Eigenlijk zijn er best veel dingen goed gegaan. Je kijkt tevreden op het jaar terug.
Dan is het zo ver! Oudejaarsavond. Je hebt zelf geen vuurwerk gekocht, want dat geld spenderen aan vuurwerk vind je maar zonde. Je kijkt liever naar andermans vuurwerk. Met een glas champagne sta je buiten – koukleumend – met wat vrienden af te tellen tot dat het zover is. Na een aantal seconden wordt er keihard gebruld: “Gelukkig nieuwjáár!” Daarna wordt er gekust en wordt er vuurwerk afgestoken. Gaaf, dit geeft toch wel een goed gevoel.
Ook allemaal voor jullie: ontzettend leuke feestdagen en bij deze alvast een heel gaaf en gezond tweeduizendacht (wat klinkt dat mooi hè?)! Geniet ervan en stress vooral niet te veel, dat is nergens voor nodig!
2 comments november 17, 2007
Eigenwijs? Hoezo?
Ik kom uit een warm nest met twee kinderen. Mijn vader komt ook uit een gezin met twee kinderen. Hij en zijn broer hebben beiden twee kinderen. En mijn moeder komt uit een gezin met 5 kinderen. Alleen haar broer en zij hebben kinderen. Ik heb dus niet veel neefjes en nichtjes. Maar daarentegen ben ik al wel tante. Yeah, tante van twee kleine koters. En wat zijn ze lief en wat zijn ze ook eigenwijs. Zo ook vandaag.
Mijn zus en haar man moesten allebei werken. En wat is dan een fijner onderdak voor je kids dan waar je zelf bent opgegroeid? Juist, ze bracht ze - zoals ze wel vaker doet – bij ons. ’s Ochtends vroeg rond een uurtje of kwart over zeven was ze er, met twee kleine dropjes. En dat was ook de reden waar ik vandaag wakker van werd.
Met veel gejoel en gelach kwamen mijn neefje van (bijna) twee en mijn nichtje van (bijna) drie de woonkamer binnen gedrenteld terwijl ik nog heerlijk op één oor lag, ik deed nog een poging om in slaap te vallen. Dat gejoel sloeg al snel om in gebrul, doordat de jongeste op de grond kletterde, met veel kabaal. Poging één om in slaap te vallen was per direct mislukt. Na een tijdje was het wat rustiger geworden (lees: ze keken een film) en viel ik bijna in slaap. Maar helaas, dat duurde niet lang. Mijn nichtje blèrde naar boven of ik ook naar beneden wou komen, omdat ze met mij wou spelen. Mijn moeder greep in en zei dat ze wel met haar zou gaan spelen. Langzaam viel ik in slaap.
Tot dat.. juist. De wekker maakte mij met veel kabaal wakker om te zeggen dat ik er uit moest (zoals een wekker dat over het algemeen doet). Langzaam strompelde ik uit mijn bed en liep ik richting de badkamer. Daarna ging ik naar beneden. Toen ik in de woonkamer kwam en naar de keuken toe wou lopen ging ik bijna onderuit omdat er zo’n vervelend auto-tje op de grond lag. Ik schopte het ding aan de kant en ging mijn brood smeren. En ja, daar kwam mijn neefje aangedrenteld. Overal waar voedsel is, is hij. Zo ook in de keuken waar ik mijn acht broodjes aan het klaar maken was. Maar nee, ons schooiertje kreeg niks. Na een dagzegging en een kus ging ik snel naar school.
Nadat ik weer was teruggekeerd in huize Smelt, werd ik hevig geknuffeld door mijn nichtje. Het leek wel alsof ze mij al in geen jaren had gezien, zo blij als mevrouw was. Altijd een leuk thuiskomen natuurlijk. En natuurlijk wou mijn neefje geen knuffel en al helemaal geen kus. Het is bijna twee en zegt de ganzedag ‘nee’.
Anyway, ik ging naar boven. Mijn ding doen. Op een gegeven moment ging ik naar de badkamer. Ik hoorde mijn moeder al tegen mijn nichtje zeggen dat ze mij maar moest gaan roepen (als je bij ons in de badkamer staat kun je heel goed horen wat er in de keuken gezegd wordt). En ja hoor, na enkele seconden riep een hoog stemmetje “Carolieeeehieeeen, we gaan eeeeteuuuhn!!” naar boven. Ik blèrde terug dat ik even op het toilet zat, waarna zij wat terug schreeuwde wat ik niet zo goed kon verstaan. Wat ik wel goed kon horen was dat de mevrouw in kwestie richting de keuken dribbelde en tegen mijn mam verkondigde dat ik op het toilet zat. “Oke, dan beginnen we alvast.” Hoorde ik mijn mam nog zeggen. Na een paar minuten zat ik dan ook eindelijk aan de tafel. We aten sla, gehakt, bloemkool en aardappelpure. Maar nee, mijn neefje wou niet eten, dat houdt in: hij wou alleen maar vlees eten (en nee, dat heeft hij niet van een vreemde
).
Mijn moeder werd een tikkeltje geïrriteerd om het feit dat meneer niet wou eten. En om er nog een schepje boven op te doen liep hij zonder pardon ook nog van tafel af. Maar dat feestje ging voor hem niet door. Mijn moeder zette hem met de zelfde gang weer mooi op de stoel. Poging driehonderd-zoveel om hem weer aan het eten te krijgen. Ter vergeefs. Helemaal wanneer meneer het op een brullen zette. “Ja, stop maar. Als die kinderen beginnen te brullen kun je het eten wel laten zitten, want het eten rolt er dan toch weer met dezelfde gang uit.” Zei mijn vader. En ja, niets was minder waar. Maar ik kan er niet tegen als kinderen denken dat ze niet hoeven te eten. Nee, geen feest voor hem. “Laat mij het maar doen!” Riep ik uit.
Gezellig ging ik naast hem zitten. Ik pakte een stukje vlees, want ja, dat gaat er altijd wel in. Ik pakte een beetje prut (lees: bloemkool en aardappels) van wat er op zijn bord lag en schoof dat op zijn lepel. Ik hield een stukje vlees voor zijn gezicht waardoor zijn mond wagenwijd open ging en schoof behendig de lepel met prut naar binnen. En riep vrolijk uit: “Lekker hè, zo’n stukje vlees?” Zo deed ik het nog een keer en nog een keer en nog een keer, net zo lang tot dat zijn bord netjes leeg was. En als beloning gaf ik hem soms een klein stukje vlees. Et voila. Het eten zit er weer in voor vandaag. Op naar morgen. En geloof het of niet, maar na het eten kreeg ik een knuffel en zelfs – jawel – een kus!
Je begrijpt, mijn dag kan niet meer stuk.
4 comments november 8, 2007
De toetsen van het toetsenbord en de hele rompslomp daar om heen
Ja. Ik ben weer een hele ervaring rijker. Ik heb een lanparty meegemaakt. Een wat?! Ja, je hoort het wel goed. Een Local Area Network party. Oftewel: een party om te gamen. Jup, het klinkt inderdaad onwijs saai. En wat heb ik daar ook te zoeken? Ik als burgerlijk meisje die nog maar net weet hoe msn werkt (oke, overdrijven is ook een vak). Nou, ik kwam er ook niet om te gamen hoor. Ik kwam er om de gamende jongens te observeren. En serieus, je ligt helemaal slap.
Het gebeurde op dinsdag 16 oktober in de herfstvakantie. Toen ben ik met een aantal vriendinnen naar een gebouw gegaan waar 25 jongens aan het gamen waren. Zoals een vriendin van mij al zei: “Het zijn dus eigenlijk 25 Dirkjes die helemaal op gaan in hun spel?” “Jup, zo kun je het wel stellen ja.” Antwoordde ik. ”Oh nee hè, dat méén je niet!? Ik word al gek als één van mijn broertjes aan t gamen is, laat staan dat je in zo’n kippenhok zit met zo ongeveer 25 gamende jongens.” Tja, inderdaad. Het zou dan ook maar een wekelijkse verplichting zijn. Rond een uurtje of negen ’s avonds gingen we die kant op. En daar hebben we een behoorlijke tijd gezeten.
Geloof het of niet, maar het is echt heel grappig als je 25 zombies (want ja, dat zijn ze dan inmiddels wel geworden, na al die uren) achter hun pc ziet zitten. Uiterst geconcentreerd. Met chips en cola op handbereik. Melig was het zeker: wij als vier meiden die 25 jongens aan het observeren waren en bovenal deden wij ze na, tot grote ergernis. “Kijk uit!” Blèrden wij geregeld naar elkaar, omdat de heren in kwestie dat riepen naar hun mede spelers. Soms was het even rustig. Ze zeiden niks en je hoorde alleen het driftige gedruk op de toetsen van het toetsenbord. Maar dat duurde nooit lang of er werd alweer geschreeuwd. “Hoow kut! Nu ben ik dood!”
Juist ja. Daar zit je dan in een veel te warme omgeving omdat elke pc een temperatuur heeft van zo’n 40 graden. Wij als meiden hebben verder niks bijzonders gedaan, althans niet met een pc. Er naar wijzen zou al te veel zijn geweest. Maar desalniettemin zou ik het zo weer doen. Vooral niet te vaak natuurlijk, maar als je even wilt weten hoe jongens ook al weer kunnen zijn achter een pc, voor het geval je het even vergeten bent: ja, dan zou ik het zo weer doen.
5 comments november 6, 2007
Gedoe met bussen
Hoe vaak hoor je niet dat we met de bus moeten gaan? Men wil graag, dat wij meer gebruik maken van het openbaar vervoer, want oh, dat is toch zó handig! Ik was er nooit zo’n voorstander van. Ik pakte altijd trouw de fiets naar mijn middelbare schooltje. En als het dan toch een keer onmogelijk weer was, waren er altijd wel van die ontzettend lieve ouders die ons zo naar school wouden brengen. Wat was die tijd eigenlijk fijn. Lekker zonder zorgen. En ik geloof, dat we dat altijd blijven zeggen (ik geloof het niet, ik weet het zeker). Altijd achteraf. “Oh, wat was die tijd toch fijn.” Zegt men zodra een bepaalde periode is afgesloten. En zodra er een periode in volle gang is, is er altijd gefoeter. “Dit is niet goed. Dat is belachelijk! En dit is vervelend.” Ga zo maar door. En ik neem helemaal niet weg dat ik er niet aan mee doe hoor. Integendeel, ik kan soms ook heerlijk zaniken om alles wat er fout gaat. Ik heb ook veel gefoeterd op mijn middelbare schooltje. Het was maar een kleine school met – voor het gebouw – veel te veel gillende pubers. Het was daarom ook altijd proppen in de gangen van het oudere deel. Maar hoe dan ook, ik heb er een hele fijne en leuke tijd gehad. Ik kan zeggen wat ik wil, maar de tijd was daar leuk. De docenten renden ook nog altijd achter je aan en ze waren nooit te beroerd om je te helpen, tenminste, dat heb ik nooit mee gemaakt. Opmerkingen en vragen zoals: “Vergeet je dat verslag voor het vak Nederlands niet in te leveren?” of “Denk er om, neem plaatjes mee voor tekenen!” vlogen geregeld door de school heen. Onze lerares van Nederlands was helemaal erg. Je mocht namelijk zelf weten wanneer je je boekverslag in leverde. Ideaal natuurlijk, voor sommigen trouwens niet. Je moest er namelijk 3 in een schoolperiode ingeleverd hebben en bij een aantal kwamen die 3 boekverslagen op het aller – maar dan ook aller – laatste moment nog eens naar boven; “Oh jee! Ik moet nog 3 boekverslagen leveren! Wat zeg ik, ik moet nog 3 boeken lezen!” Tja, dat wordt dan hard lezen.
Nu is het anders. We moeten zelf uitzoeken wat we mee nemen en wat niet. We krijgen geen aantekeningen of samenvattingen meer in de handen gedrukt. En ik ga met de bus naar school. Elke ochtend weer opnieuw. Ik zou wel willen fietsen, maar dat werkt gewoon niet met mijn weekendtas die ik elke dag mee moet zeulen. Er moeten veel jongeren rond deze tijd met de bus, je kunt het je voorstellen, de bus zit dan ook altijd prop en prop vol. Ik neem de bus van vijf over half negen, dat zorgt er voor dat ik rond kwart voor acht mijn bed uitspring om vervolgens snel om half negen op de fiets te stappen – na het aankleden, haren + make-up gedaan te hebben, het globaal lezen van de krant, het drinken van mijn thee en het eten van mijn brood – en te fietsen richting mijn oom en tante, die praktisch tegenover de halte wonen. vervolgens sta ik nog een aantal mintuten – te kort voor één liedje, dus ongeveer 2 minuten – te wachten en dan komt ie. Overvol. Het is wel eens zo erg geweest, dat ik er niet meer bij in kon. Er stonden er nog een paar, waaronder twee jongens en een oudere dame. De oudere dame was lichtelijk in shock en bovenal behoorlijk verontwaardigd: “Wat zou ik nou moeten doen als ik de trein nog zou moeten halen? Nou? Die zou ik dan nooit halen! En dan zou ik de andere trein waar ik op moest overstappen, ook niet halen! En dan kwam ik mooi te laat!” “Tja, dat is overmacht.” Zei ik. Ik vroeg haar ook of ze daadwerkelijk een trein moest pakken. Maar nee, ze wou alleen naar Zwolle voor een lapje stof. Juist ja. Ik vond haar erg overdreven, maar ergens snap ik het ook wel. Het is ook erg vervelend als je netjes op tijd bent bij een halte en vervolgens mag je de bus niet in. Het is helemaal irritant als je bijna nooit met de bus rijst, doe je dat wel een keer, pas je er niet meer in! Maar come on, de wereld vergaat niet. Verstandig hield ik verder maar mijn mond en liep na een dagzegging weg, naar de overkant waar mijn oom en tante wonen, zoals eerder vermeld. Mijn oom kwam op het fenomenale idee om mij met de bus weg te brengen. Jee, het kon niet beter! Dan kon ik ook nog zitten. Ik was hartstikke op tijd en bovendien hoefde ik niet het stuk van de halte naar school – met een dikbepakte weekendtas – te lopen. Wat een leventje.
Een aantal dagen later was ik te laat voor de bus. Ja, voor de bus. Mijn horloge (én mijn gsm, waar je overigens niet zo heel veel van op aan kunt, maar qua tijd zit het wel goed) vertelde dat ik op tijd was, maar wat zegt dat bij een bus? De buschauffeur dacht daar namelijk heel anders over. Op het moment dat een jongen met moeite de bus in stapte – de bus was weer heerlijk vol en bovendien had hij ook een grote tas bij zich – reed hij weg! Of hij zag mij niet – wat mij heel raar lijkt – of hij had geen zin aan gezucht van de mede bus-gebruikers, wat zeker zou gebeuren als ik de bus nog in zou moeten. Ik ben niet zo groot, maar mijn weekendtas is behoorlijk aanwezig, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik ga voor het laatste. Dus ja, de bus reed weg en daar stond ik dan. Verloren. Op mijn gemak haalde ik mijn fiets weer van het slot en fietste ik heel rustig terug naar huis. Ik had geen zin om op een andere bus te wachten want dat zou dan minstens nog een uur duren. Thuis aangekomen vertelde ik het verhaal. Mijn moeder werd er een beetje chagrijnig van, zij vindt dat ik eerder weg moet gaan, wat op zich best een verstandig idee is. Want negen van de tien keer, kom ik de bus in, maar dan wel hijgend. Ik heb dan gelukkig zo’n lieve pappa die mij wel even naar school wou brengen. En weer hoefde ik niet van de halte naar school te lopen.
Weer een aantal dagen later stond ik er weer. Netjes te wachten op de bus, zoals – inmiddels – gewoonlijk. Vaak met nog een aantal mensen. En daar kwam de bus, dit keer wat aan de late kant. Ik zag meer staande mensen dan zittende, dat verteld mij dan ook maar weer dat de bus erg vol zat. Met veel moeite kwam ik de bus weer in. Je begrijpt, met zo’n lompe weekendtas is het behoorlijk lastig om in een overvolle bus te komen, zoals verteld. Zie het als een stampvol café waar je graag gebruik zou willen maken van het toilet, dat zich helaas helemaal aan de andere kant bevindt. Al met al stond ik dan in de bus. Helemaal vooraan, want een andere plek kon ik mij niet veroorloven. Ik vond het heerlijk om daar te staan. Het zonnetje scheen lekker naar binnen - net zoals nu op het moment dat ik dit schrijf - en bovendien kon ik heerlijk kijken. Ergens snap ik ook best dat een buschauffeur voor het vak als buschauffeur kiest. Ergens wel. Je zit lekker hoog, je hebt een lekker groot stuur, je ontmoet veel verschillende (!) mensen en bovendien heb je mooi uitzicht. Het heeft volgens mij iets machtigs als je in een bus rijdt. Elke keer verbaasd het mij weer opnieuw hoe een buschauffeur de bocht weet te pakken bij een rotonden. Maar goed, dat terzijde. De buschauffeur begon geërgerd tegen mij aan te praten toen ik dan eindelijk in de bus stond. “Je kiest er zelf voor hoor, je kunt ook een bus eerder nemen!” “Oh, maar ik heb helemaal geen zin om een bus eerder te nemen, wat betekend dat ik ook veel eerder op school kom, bovendien moet ik dan eerder mijn bed uit en die paar minuten zijn mij heilig.” “Hier kun je niet zitten! En als je een bus eerder neemt, heb je alle ruimte!” “Maar… ik zeur er toch niet over?” O come on! Laat mij alsjeblieft genieten van het uitzicht en het zonnetje. Hoor je mij er over zeuren dat de bus zo vol zit, elke ochtend opnieuw? Dat ik het hartstikke benauwd en warm heb in zo’n bus? Dat ik gewoon - net als iedereen – het volle pont moet betalen voor een maandkaart maar dat ik nooit kan zitten? En dat er meer stikstof dan zuurstof in de lucht hangt? Dat ik dus eigenlijk vind dat Connexxion meer bussen moet inzetten? Ik dacht het niet hoor. Elke morgen begroet ik de buschauffeur vriendelijk en zucht ik niet, kom dan alsjeblieft ook niet aan zetten met een eerdere bus, want dat weet ik heus zelf wel.
Van het weekend was ik bij een vriendin, het was erg gezellig dus ik zou de bus van 23.36u nemen. Aangekomen met een vriendin stonden we te wachten op de bus van zes over half. We waren wat aan de vroege kant en rond vier over half kwam er een bus met ‘geen dienst’. Ik vroeg wantrouwig aan haar of ik deze bus wel zou kunnen nemen, aangezien er ‘geen dienst’ op stond. Ze zei van wel. Ik had er zo mijn twijfels bij. Je kunt dan ook maar één ding doen, mocht je er achter willen komen. En dan zou je dus de buschauffeur in kwestie moeten benaderen, wat ik dus ook deed. Zo gezegd zo gedaan. Ik vroeg of deze bus toevallig nog naar mijn plaatsje ging. Hij keek mij aan of ik Chinees aan het uitkramen was. Hij antwoordde met een ‘nee’. “Komt er überhaupt nog wel een bus?” vroeg ik. Ik keek inmiddels al net zo schapig als dat hij deed – tja, apengedrag. “Nee. Er komen geen bussen meer.” Ik stond zo perplex dat ik niet meer uit kon kramen dan een korte maar krachtige ‘o’ en een: “Nou ja, in ieder geval bedankt, nog een fijne dag verder.” En ik liep weg. Beetje onnozel om hem nog een fijne dag te wensen, aangezien het al bijna weer de volgende dag was. We pakte de fiets en fietsten weer terug naar het huis van onze vriendin (lees: zij fietste en ik zat achterop). En het eerste wat we deden, was het internet checken. Om te kijken of ik nou echt zo scheel was dat ik zo’n vergissing maakte of dat hier Connexxion fout zat. En ik had gelijk. Er zou gewoon een bus om 23.36u komen. Gelukkig was er een lieve pappa (al die lieve pappa’s ook) aanwezig die mij wel even naar huis wou brengen. Ideaal.
Een dag later, toen ik weer naar dezelfde vriendin ging, kwam ik weer hijgend de bus in rollen. Je kan er ook geen touw aan vastknopen! Nu was de bus er juist heel vroeg. Ik liet mijn maandkaart zien – die overigens al een paar dagen over datum was – en ik mocht doorlopen. Of hij keek niet naar de datum of hij vond het gewoon niet erg. Ik ga voor het laatste want naar mijn inzicht keek hij wel goed, maar vond hij het gewoon niet erg. Na een aantal uurtjes zat ik te dubben wat ik zou doen: de bus van 22.37u of die van een uur later. De week ervoor toen ik ook op zaterdag de bus nam, ging het ook goed. Toen nam ik de bus van 23.37u en was er verder geen gedoe. Maar het gevoel dat het fout zou gaan – gezien de vorige dag – overheerste en zorgde er bijna voor dat ik een bus eerder zou nemen, maar dat werd hem niet. We waren nog bezig met het kijken van een film en als ik de bus niet zou halen – omdat er geen bus meer zou komen – zou ik gewoon blijven slapen. Easy as pie. Hijgend – dit keer was mijn vriendin de gene die zo aan het hijgen was – fietste ze de kant op van de halte, met mij achterop. Ik had mijn tas daar maar laten liggen, omdat ik geen tijd meer had om die nog eens mee te nemen, chaoot dat ik af en toe ben. Het laatste stukje rende ik naar de halte toe en stopte de bus net optijd. Ik had niet nog een stap naar links moeten zetten want dan lag ik er onder en kon ik gelijk door naar het ziekenhuis. Hij grinnikte en zei dat ik maar wat eerder van huis moest gaan. Ja, dat weet ik. Dacht ik bij mezelf. Dat wordt mij altijd zo vaak gezegd: “Ga dan eerder weg!” Maar het lukt mij gewoon niet om 5 minuten van te voren bij een bepaalde halte te zijn. Bijkomend is natuurlijk dat ik het ook niet zo’n ramp vond als ik de bus niet zou halen. Ik schiet daar sowieso niet snel van in de stres. Dan bleef ik wel pitten. Ook deze buschauffeur zei niks over mijn over-datum-kaart. Het was inmiddels al 29 september en de kaart was maar tot de 26ste houdbaar.
Voor maandag heb ik een nieuwe maandkaart. Ik kan het natuurlijk niet maken om met een kaart van 26 september de bus te pakken op 1 oktober.
Dat gaat mij iets te ver. En maandag begin ik ook later. Pas tien voor half tien. Wat een leventje heb ik ook. Nu maar hopen dat er ook nog een bus wat later gaat, anders ben ik zo vroeg op school, ach volgend jaar ga ik gewoon met de BMW van mijn vader – had ze gedroomd – mits ik natuurlijk mijn rijbewijsje gehaald heb.
Morgen weer lekker in een te volle bus, met een super gezellige buschauffeur, hmm ik verheug me er nu al op.
4 comments september 30, 2007
Onze grootste vriend, de telefoon
De mensen en hun grootste vriend: de telefoon. Jawel. En het liefst ook nog de mobiele telefoon, ook wel de ‘GSM’ genoemd. Vroeger, lang lang lang geleden belde je een nummer en dan kreeg je een medewerker aan de lijn die je vervolgens om het nummer vroeg naar wie je wou bellen. Op deze manier werd je doorverbonden. Die telefoons van vroeger hadden geen hoorn. Ze hadden een microfoon op het toestel en een los oorstuk als hoorn, zoals je op de foto kunt zien.
Daarna kregen we de ‘draaischijftelefoon’ (erg geliefd door mij) gevolgd met de ‘druktoetstelefoon’ en uiteindelijk kregen we de draadloze telefoon voor in huis.
De mobiele telefoons zijn echt onmisbaar geworden tegenwoordig. Zelfs kleine broekies van groep 5 (!), 6 en 7 lopen al met een mobiel op zak. Wat moeten zij nou met een mobiele telefoon? Om hun vriendjes even te bellen om te vragen waar ze blijven als ze nog niet op het schoolplein zijn beland? Of om hun moeder te bellen dat ze ergens blijven eten? Ik vind het echt belachelijk dat kinderen op zo’n jonge leeftijd al via een telefoon leren communiceren. Dat kan toch altijd nog?
Mijn tante heeft zo goed als nooit haar mobiel mee. Zij heeft nog zo’n oude klassieker, die ook wel als de benaming ‘koelkast’ door het leven gaat. Ze heeft hem al een paar jaar (ja, dat kan ook niet anders, die dingen zijn al een eeuwigheid niet meer op de markt!) en hij doet het nog steeds. Ik vraag wel eens aan haar waarom ze niet een nieuwe koopt, een wat compacter, een wat lichtere misschien? Maar nee, dat vindt ze onzin. Ze koopt pas een nieuwe als deze oude klassieker het begeeft. En daar moet ik het mee doen, er is geen discussie meer mogelijk.
Let maar eens op als je in de stad loopt. Genoeg mensen die bellend over straat paraderen. Waar gaan die gesprekken dan toch over vraag ik me wel eens af. Het moet wel heel boeiend zijn om zin te hebben om te gaan bellen als je net lekker aan het winkelen bent. Wat ik ook heel irritant vind, is als ik iemand uit zijn of haar huis zie lopen, zij (laat ik maar even in de zij-vorm praten) loopt richting haar auto en grabbelt in haar tasje, pakt haar autosleutels en ook gelijk haar mobiel. Drukt de sleutels in het slot en toetst een nummer in en gaat in de auto zitten en belt. Weljaa! Ze belt! Ze belt gewoon in de auto en ze neemt er ook nog eens alle tijd voor! Maar.. ze kwam toch net uit huis? Ja, precies. Waar moet je in vredesnaam over bellen als je nét uit je huis komt? Het is natuurlijk ook erg handig. Een telefoon. Altijd bereikbaar zijn. Zelfs in bad, want geloof het of niet, maar menig mensen nemen hun telefoon mee in bad. Weliswaar niet ín bad, maar de telefoon mag gezellig op de schone handdoek liggen, wachten tot er gebeld wordt.
Je loopt in de stad met je vriendin. Eerst gaat haar telefoon, daarna de jouwe. Nadat je opgehangen hebt gaat hij weer af. Je moeder! Of je ook bijna thuis komt. Leuk hoor, zo’n telefoon. Je wordt er gek van en je pleurt hem uit. Je komt thuis en je moeder begint gelijk te zeuren over het feit dat je telefoon niet aanstond. Daarna vraagt je vriendin ook aan je waarom je je telefoon uit had staan. Je wou gewoon even winkelen zónder de hele tijd onderbroken te worden als je je in een moeilijke situatie begeeft (lees: je zit in een pashokje, het zweet breekt uit, je zit vast met je oorbel in je trui en je telefoon gaat af).
En de uitvindingen gaan maar door. Tegenwoordig (inmiddels al weer wat langer dan ‘tegenwoordig’) kun je ook mobiele telefoons krijgen mét een digitale fotocamera. Mijn telefoontje – die nu inmiddels ook behoort tot de ‘ouderwetsere variant’ maar die ik (nog) niet weg doe, omdat hij het nog best goed doet, op het uitvallen na – bevat ook (jawel!) een digitale fotocamera. Maar dat mag je eigenlijk geen digitale camera meer noemen, want dat zou een belediging zijn voor de samsung E900, om maar een zijstraat in te slaan. Het is een camera waarvan de kwaliteit zó slecht is, dat de foto’s lijken op een aquareltekening. Enfin, wat maakt het uit, ik kan er mee bellen, ik kan er mee sms’en dus dat zit wel goed.
Bovendien vind ik het alleen maar irritant, van die mobiele telefoons met een súper goede camera er op. Je wordt om de haverklap op de foto gezet zonder dat je het door hebt. Het kan namelijk heel erg onopvallend, zoals je zelf ook vast wel eens hebt vernomen. En dan sta je er heel beroerd op, zonder dat je het weet. En dan zou je kunnen zeggen dat dat niks uitmaakt; ‘Je weet het toch niet?’ Nee, maar dat is juist iets waar ik mij aan stoor. Er wordt inbreuk op je privacy gemaakt, terwijl je het niet eens door hebt!
Zoals mijn oom zegt (ja, de man van de vrouw met haar koelkast-variant): ‘Als ik een foto wil maken, dan pak ik wel mijn digitale camera, als ik een spelletje wil doen, dan pak ik wel de gameboy (niet dat hij dat ooit zou doen, maar stel
) en als ik muziek wil luisteren, dan zet ik de radio wel aan!’ En als hij dat zegt, lach ik hem vierkant uit. Maar, ik moet hem wel een klein beetje gelijk geven. Het is natuurlijk ook wel frustrerend als je geen goede mobiel kunt kopen omdat de knopjes zo ontzettend klein zijn dat je moeilijk met je (dikke(?)/oude/trillende) vingers de knopjes kunt indrukken. Mijn andere oom daarentegen heeft het nieuwste van het nieuwste. Een telefoon wat zowat een halve pc is! Met een pennetje er bij om alles in te toetsen, want ook hij heeft grote (dikke(?)/oude/trillende) vingers en vindt het irritant om kleine knopjes met zijn vingers in te drukken. Achja, wat dat betreft hebben mijn ooms best wel iets gemeen met elkaar.
Mijn oma heeft op haar drieëntachtigste verjaardag ook een mobiele telefoon gekregen. Een Nokia nog-wat. Deze GSM behoort niet tot het kleinste van het kleinste (of het nieuwste van het nieuwste) en dat is maar goed ook, anders zou ze hem bij de eerste keer dat ze hem liet vallen gelijk kwijt zijn. Of hij zou verzuipen in alle kussens op haar bankje. Nee, deze GSM is van een net formaat. Mijn tante vroeg of ik aan mijn oma de telefoon wou uitleggen. Dat zou nog een hele klus worden, want ze had nog nooit met een telefoon in haar handen gezeten. Maar ik opperde toch mijn vrije middagje op om het haar even fijntjes uitteleggen. Nou ja, zo fijntjes was het nou ook weer niet. Ik hielp haar alleen met het bellen en gebeld worden. Mijn oma is de trotse (?) eigenaar van de eigenschap ‘ongeduldigheid’ dus die wil zo snél mogelijk alles zélf kunnen. Naar drie keer uitleggen dat je eerst een ‘pincode’ moet intoetsen, begreep ze het. Maar ook dat ging fout. Ze dacht dat ze de code moest intoetsen waarmee je pint, waarmee je ‘geld uit de muur haalt’. ‘Nee oma, die code bedoel ik niet, ik bedoel de code van de telefoon zelf.’ Ze keek mij schapig aan. Ik heb het haar nog een keer uitgelegd en ik geloof dat ze het wel snapt. Als ze met haar scooter – eigenlijk is het een ’scootmobiel’ – op pad gaat, kan ze tenminste bellen als ze in de middle of nowhere zit en er is wat mis met haar scootmobiel. Ontzettend handig dus! Ik heb alle stappen op papier gezet in een klein boekje, die ze dan samen met haar nieuwe vriend (de Nokia welteverstaan, even voor het geval dat er misverstanden ontstaan) in haar binnenzak meeneemt.
© Carolien
2 comments augustus 21, 2007

